GO WILD! is een serie berichten over de natuurtuin waarin telkens een ander aspect over deze duurzame wijze van tuinieren aan bod komt. Eerder kon u al lezen over het maken van een beplantingsplan, rozen in de natuurtuin en tulpensoorten die geschikt zijn voor verwildering. Dit keer behandelen we de Stinzenplanten, een groep planten die al enkele honderden jaren heeft bewezen uitstekend geschikt te zijn voor verwildering.
GO WILD! is a series of posts about the nature garden in which every other aspect about this sustainable way of gardening is discussed. Previously, you could read about making a planting design, roses and tulips in the natural species that are suitable for naturalizing. This time we discuss the stinzen Plants, a group of plants wich proved for several hundred years to be exellent for naturalizing.
De eigenschap om zich goed te handhaven en om te kunnen verwilderen maakt deze groep bij uitstek geschikt voor de natuurtuin. Stinzenplanten is een verzamelnaam voor een aantal voornamelijk voorjaarsbloeiers met opvallende bloemen. De groep omvat dermate veel soorten zodat er altijd wel een aantal soorten zijn die goed zijn te combineren in uw tuinontwerp. Door de eigenschap om vroeg in het jaar te bloeien kunnen ze goed gebruikt worden om ook bij u in de tuin het bloeiseizoen te verlengen. Er zijn in de groep zelfs soorten die al vanaf de middeleeuwen worden gekweekt zoals bijvoorbeeld: sneeuwklokje (Galanthus spec.) en het lenteklokje (Leucojum vernum L.).
The property of most of the plants in this group to naturalize makes them perfect for our Nature Garden. Stinzen Plants are blooming in spring and most have showy flowers. This group of plants contains many varieties so there are allways plants you can combine with plants in your garden. They are perfect to extend the flowering period of your garden. Some of them have been grown since the middle ages, like for example: Snowdrops (Galanthus spec.) and Leucojum vernum L.
Het woord Stins komt uit Friesland waar het stenen huis betekent, dit waren vaak de stenen huizen van landgoederen (buitenplaatsen) die in eigendom waren van de adel en andere aanzienlijke heren. Het is dan ook in Friesland geweest dat deze planten voor het eerst Stinsenplanten werden genoemd. Het woord stinsenplant is waarschijnlijk voor het eerst gebruikt door de heemkundige Jacob Botke (1877-1939) in 1932, die hierbij geïnspireerd werd door de naam stinzeblomkes, die de bevolking van Veenwouden gaf aan Haarlems klokkenspel, dat daar rondom de Schierstins groeide. Na 1950 raakte de term ingeburgerd en werden stinsenplanten ook buiten Friesland gevonden Grofweg is deze groep planten te verdelen in drie groepen:
- Regionale Stinzenplanten: deze groep bevat soorten die van nature in ons land voorkomen, zoals de vingerhelmbloem
- Nederlandse Stinzenplanten: dit zijn soorten die hun oorsprong hebben niet ver buiten onze landsgrenzen zoals de holwortel en de winterakoniet.
- Exotische Stinzenplanten: deze komen voornamelijk uit Azië, ze handhaven zich goed bij ons in het stinsenmilieu maar verwilderen (vermeerderen) zich niet allemaal. Een voorbeeld is de keizerskroon.
The word Stins comes from the Dutch provence of Friesland and means: stone house. These stone houses belonged to the larger estates of the upper class. The word stins plant is probably first used by the local historian Jacob mong (1877-1939) in 1932. After 1950, the term became commonplace and stinzen plants were also found outside Friesland roughly speaking, this group is divided into three sub-groups of plants:
- Regional Stins Plants: this group excists of species wich are native to The Netherlands, for example: Corydalis solida.
- Dutch Stins Plants: these species are from just outside the borders of The Netherlands, for example: Corydalis cava and Eranthis hyemalis.
- Exotic Stins Plants: mostly from Asia, they maintain perfect in the Stins climate but most of them do not naturalize. For example: Fritillaria imperialis.
Aan het eind van de 18e eeuw kregen Stinzenplanten steeds meer betekenis door de opkomst van de Engelse landschapsstijl in de tuinarchitectuur waarin de perfectionering van de natuurlijke schoonheid als een ideaal werd gezien. Daarom werden er planten uitgezet ter verwildering. Deze werden vaak uit Midden- en Zuid-Europa gehaald. Om de planten te laten aanslaan voegde men veel kalkrijk puin toe, wat inderdaad gunstig is voor deze soorten. Vaak hebben Stinsenplanten (of Stinzenplanten) bolletjes, knollen of een wortelstok omdat deze makkelijk te vervoeren waren op lange reizen. De groep planten bevat ook de enige wilde tulp in Nederland, de bostulp (Tulipa sylvestris).
At the end of the 18th century stinzen Plants were of increasing importance with the rise of the English landscape style in The Netherlands in which the perfection of the natural beauty was seen as an ideal. Therefore, plants were plotted for naturalizing, These were often taken from Central and Southern Europe. To make these plantings succesfull they added much calcareous debris , which is indeed beneficial for these species. Often Stins Plants (or stinzen Plants) have bulbs, tubers or rhizomes because they were easy to transport on long trips. The group of plants also includes the only wild tulip in the Netherlands, the forest tulip (Tulipa sylvestris).
Click on picture:




























photo’s credit; wikki-commons
www.dewarande.nl www.pcnijsen.nl
